Gebruikerslogin

Duurzaam bouwen

Infiltratie

Thema:  Energie
19-12-11
Geschreven door: ir. Anne Q. Ubbels (H)

De luchtdoorlatendheid wordt bepaald door de naden en kieren in de gebouwschil (gevels, dak, begane grondvloer). Zij hangt af van respectievelijk de naad- en kierdichting. Bij woningen en gebouwen met natuurlijke toevoer (roosters), zal de infiltratie (de mate van luchtdichtheid) hoger zijn dan bij gebouwen met mechanische toe- en afvoer. Bij utiliteitsbouw speelt de hoogte van het gebouw ook een rol.

Bij woningen wordt de luchtdichtheid uitgedrukt in qv;10;kar;indicatief/m2 (of qv;10;kar;i/m2) [dm3/sm2], bij utiliteitsbouw in qv;10;karakteristiek (of qv;10;kar) [dm3/sm2]. De bepaling en toetsing van de qv;10-waarde in het kader van de bouwaanvraag is een lastige aangelegenheid. Het probleem wordt gevormd doordat de qv;10-waarde pas bij de voltooiing van het gebouw kan worden bepaald en er bij de EPC-berekening al wel een waarde moet worden ingevuld.

De inhoud van dit artikel is met permissie overgenomen uit het Handboek Handhaving EPN van SenterNovem en waar nodig bewerkt door Anne Q. Ubbels.

In dit artikel:

  • Infiltratie
  • Infiltratie bij woningen
  • Infiltratie bij utiliteitsbouw
Trefwoorden